In deze opdracht simuleer je in vier hoofdstukken hoe DNA-replicatie verloopt.
Wetenschappers kunnen DNA-replicatie uitvoeren in een laboratorium. Het kunstmatig uitvoeren van DNA-replicatie wordt Polymerase Chain Reaction (PCR) genoemd. In het Nederlands: Polymerase kettingreactie.
Om PCR uit te voeren, heb je verschillende materialen nodig.
Opdracht 1. Simuleer het verloop van DNA-replicatie in een PCR-machine, door de volgende stappen te doorlopen:
Opdracht 2. In de eerste ronde replicatie zijn twee DNA-fragmenten gevormd. Doorloop de volgende stappen om een tweede ronde replicatie uit te voeren:
✓Opdracht 3. Geef in de tabel bij ronde 1 en ronde 2 aan hoeveel fragmenten met de onjuiste lengte en hoeveel fragmenten met de juiste lengte zijn gevormd.
✓Opdracht 4. Stel de temperatuur in op 94 °C, 60 °C en vervolgens 72 °C om replicatie ronde 3 uit te voeren. Voer vervolgens ook replicatie ronde 4 uit.
✓Opdracht 5. Geef in de tabel ook bij ronde 3 en ronde 4 aan hoeveel fragmenten met de onjuiste lengte en hoeveel fragmenten met de juiste lengte zijn gevormd.
✓Opdracht 6. Bestudeer de waarden in de tabel en noteer voor ronde 5 hoeveel fragmenten worden gevormd met onjuiste lengte en hoeveel fragmenten met juiste lengte.
Je hebt nu ontdekt hoe DNA-replicatie verloopt binnen cellen en in een PCR-machine. Dit is een goed moment om een aantekening te maken van belangrijke informatie die aan bod is gekomen.
| Resultaat na… | Aantal fragmenten met onjuiste lengte | Aantal fragmenten met juiste lengte | Totaal |
|---|---|---|---|
| Ronde 1 | |||
| Ronde 2 | |||
| Ronde 3 | |||
| Ronde 4 | |||
| Ronde 5 |
In 1953 beschreven de wetenschappers Watson en Crick de vorm van het DNA-molecuul: het zijn twee strengen die om elkaar heen draaien in de vorm van een dubbele helix. Een soort wenteltrap, waarbij de fosfaatgroepen en deoxyribose de leuning vormen en de stikstofbasen de traptreden. De stikstofbasen bevinden zich in vaste paren: A met T en C met G. Dit zorgt ervoor dat beide DNA-strengen complementair zijn: wanneer je de basenvolgorde uit de ene streng weet, dan kun je daarmee de basenvolgorde van de andere streng bepalen. Dit maakt het makkelijk om DNA te kopiëren: de twee strengen gaan uit elkaar en tegenover elke nucleotide in de oude streng wordt de tegenovergestelde nucleotide geplaatst. Hoe DNA-replicatie precies verloopt was lange tijd onduidelijk: er zijn drie verschillende manieren maar welke van deze vindt daadwerkelijk plaats in cellen?
Twee wetenschappers genaamd Meselson en Stahl ontwierpen een experiment om het kopieerproces van DNA in de bacterie Escherichia coli te onderzoeken. Ze kweekten de bacterie in een voedingsmedium met stikstofisotoop 15N. De bacteriën bouwden deze isotoop in hun DNA in. Daarna brachten ze de bacteriën over in een voedingsmedium met de normale versie van stikstof: 14N. Bacteriën die DNA-replicatie gingen uitvoeren gebruikten daarbij de normale versie van stikstof.
DNA is opgebouwd uit nucleotiden. In welk deel of in welke delen van een nucleotide bouwt de bacterie 15N in?
De wetenschappers verzamelden DNA van de bacteriën. In een centrifuge werd het lichtere 14N DNA gescheiden van het zwaardere 15N DNA. Het zwaardere DNA zakt daarbij verder naar beneden. Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat DNA-replicatie semi-conservatief verloopt.
Welk resultaat bevestigt dat replicatie op deze manier verloopt? Sleep in de legenda het DNA naar de juiste plek om bij de twee reageerbuizen weer te geven welke versie van stikstof in het DNA aanwezig is.
De wetenschappers zetten hun experiment voort met de bacteriën in erlenmeyer 14N en bestudeerden het DNA na een tweede ronde replicatie.
Geef in deze reageerbuis weer welke versie van stikstof het DNA bevat.
De resultaten van de 1e en 2e ronde replicatie leverden bewijs dat DNA-replicatie niet plaatsvindt volgens het conservatieve model. Plaats in de twee reageerbuizen op de juiste plaats rode uitroeptekens om aan te geven welke resultaten je na ronde 1 en 2 krijgt wanneer DNA-replicatie wel conservatief verloopt.
De resultaten van de 1e en 2e ronde replicatie leverden bewijs dat DNA-replicatie niet plaatsvindt volgens het dispersieve model. Plaats in de twee reageerbuizen op de juiste plaats paarse uitroeptekens om aan te geven welke resultaten je na ronde 1 en 2 krijgt wanneer DNA-replicatie wel dispersief verloopt.
Geef bij het model van conservatieve replicatie en het model van dispersieve replicatie aan welk resultaat of welke resultaten het bewijs leverde dat dit model niet van toepassing is.
Je hebt nu ervaren hoe wetenschappers hebben ontdekt dat DNA-replicatie semi-conservatief verloopt. In hoofdstuk 2 leer je welke enzymen samenwerken bij het verloop van DNA-replicatie.
Hieronder zie je een stuk dubbelstrengs DNA van 100 basenparen. Zoom in om de basen te lezen; terugdraaien met het muiswiel zoomt weer uit. Met de pijltjestoetsen of door met de rechtermuisknop ingedrukt te slepen schuif je het beeld op. Klik op een enzym of nucleotide in het vak rechtsboven om het op te pakken en klik nog een keer om het neer te zetten. Probeer deze opties eerst uit, voordat je met opdracht 1 begint.
Voer de volgende opdrachten uit om het proces van DNA-replicatie te simuleren:
Het DNA is nog helemaal dicht.
Hieronder zie je een stuk dubbelstrengs DNA van 200 basenparen. Zoom in om de nucleotiden beter te bekijken; terugdraaien met het muiswiel zoomt weer uit. Met de pijltjestoetsen of door met de rechtermuisknop ingedrukt te slepen schuif je het beeld op.
Voer de volgende opdrachten uit om te ontdekken wat de functie van telomeren is: